|
ALFRED BUTTS 1899 - 1993 HOE
EEN WERKLOZE ARCHITECT HET SCRABBLESPEL UITVOND.
Dat
was 1931. Met de precisie van een architect ging de toen 32-jarige
Alfred M. Butts aan de slag. Hij onderzocht de drie basisspellen: bord-,
cijfer- en woordspellen. “Ik had niet de indruk dat ik het schaken nog
kon verbeteren; cijferspellen zoals teerlingen, kaarten en bridge waren
al voorhanden; alleen in het spel met woorden zag ik nog ruimte voor een
eigen uitvinding.”
Meteen
begon hij met een onderzoek naar de frequentie van letters. Hij nam
artikels uit de New York Times en telde. Datzelfde jaar nog was het
nieuwe spel klaar. ‘Lexico’ bestond uit honderd blokjes en kostte
anderhalve dollar. Het werd gespeeld zoals sommige kaartspellen, met om
beurten afleggen en bijnemen tot je een serie -in dit geval een woord
kon vormen. Elk blokje was een punt waard, van een bord was nog geen
sprake.
Het
idee van de houten blokjes haalde Butts bij het Chinese mahjong-spel.
Hij maakte ze van houtafval uit de tuin. Met behulp van de blauwdrukken
die hij architect had, vormde hij de blauwe letters in die blokjes. Wie
een Lexico-spel wou, moest Butts gewoon bellen. Aanvankelijk werd het
verspreid bij vrienden, kennissen en buren. Speelgoedfirma’s wezen het
van de hand. Butts: “Ze waren vooral op zoek naar spelletjes voor
kinderen. Ik wist wel dat belangrijke spellen op volwassenen gericht
moesten zijn. Maar dat scheen hen niet te interesseren.” Butts
-geboren als zoon van een advocaat en een lerares op 13 april 1899 in
Poughkeepsie, New York- had twee broers die hoogleraar waren en een
derde was advocaat, een ander landschapsarchitect. En wat deed Alfred?
Hij maakte spelletjes. Naar het voorbeeld van het kruiswoordraadsel
wijzigde hij in 1936 de regels van zijn spel, voegde een bord toe en
lanceerde het resultaat onder de naam ‘Criss Cross Words’. Maar het
spel stierf een stille dood, de economie trok weer aan en Butts kon zijn
werk als architect bij de firma Holden, Egan en Associates in New York
hervatten.
Het
geflopte gezelschapsspel bleef als curiosum in Butts’ kennissenkring
circuleren, tot het na de oorlog de volle aandacht kreeg van James
Brunot, een huisvriend van Butts en gepensioneerd ambtenaar van het
ministerie van Buitenlandse Zaken. In 1948 opende Brunot een
assemblagebedrijf in de woonkamer van zijn huis. Het was ook Brunot die
een nieuwe naam voor het spel bedacht: ‘scrabble’, wat letterlijk
‘scharrelen’ betekent. Butts heeft nooit begrepen hoe Brunot op het
woord kwam. “Het klonk mij vreemd in de oren”, zei hij later.
Niettemin bleef scrabble commercieel gezien een kwakkelend zaakje. Het
spel kostte in die dagen drie dollar. In het begin van 1952 bedroeg de
verkoop nog altijd maar 16 stuks per dag. Einde dat jaar werden er dat,
zonder een duidelijke aanleiding, plotseling 411 per dag. “Jim had de
kopzorgen en ik streek de centen op”, zei Butts. Maar de vraag groeide
de twee mannen boven het hoofd.
In
1953 verkochten Brunot en Butts het inmiddels 20 jaar oude
gezelschapsspel aan de firma Selchow & Righter Co. “Voor een
eerlijk bedrag”, zou Butts later vertellen. In elk geval was het
voldoende om in zijn woonplaats een uitleenbibliotheek te financieren,
een dokter naar het dorp te halen en er een Lions Club op te richten.
Vanaf
mei 1953 tot het einde van dat jaar verkocht de firma niet minder dan
800.000 scrabbles. Het werd een van de meest verkochte bordspellen van
de VS. Nog vele jaren kregen Butts en Brunot van scrabblefanaten brieven
toegestuurd met tips voor de verdere commercialisering van hun spel. Een
aantal brieven was geschreven in scrabblevorm.
Alfred
Butts zelf bleef tot op hoge leeftijd veel plezier beleven aan het spel,
hoewel hij geen uitblinker was en vooral tegen zijn vrouw Nina het
onderspit moest delven. “Zij kent meer woorden en kan beter spellen
dan ik”, zei hij. “Maar als architect heb ik meer doorzicht.” In
interviews verwees hij graag naar die verschrikkelijke keer toen zijn
vrouw Nina het woord ‘quixotic’ (in het Nederlands: ‘als Don
Quichot’) in één klap 284 punten scoorde. Een absoluut dieptepunt
volgde op de dag dat hij voor het eerst door een nichtje werd verslagen.
“Ze had de beste letters”, zei hij net zoals alle andere verslagen
scrabblespelers. “Het was meer geluk dan vaardigheid.” Butts, die in 1993 op 94-jarige leeftijd overleed, bleef voor de rest van zijn leven een bekwame architect en de uitvinder van één enkel spel. “Ik had scrabble en ik wist dat ik dit succes nooit zou kunnen overtreffen.” In tegenstelling tot Charles Darrow, de uitvinder van Monopoly, kon Butts niet van zijn rente leven. Al snel was duidelijk dat het spectaculaire succes van scrabble niet in het verkoopbedrag was verrekend. Butts bleef aan de slag als architect en amuseerde zich in zijn vrije tijd met het snijden en in elkaar passen van puzzels en vooral ook met tekenen. In 1954 hingen zes van zijn tekeningen rond het thema New York in het Metropolitan Museum of Art. |